Rijangst komt veel vaker voor dan men denkt. Zeker meer dan 1 miljoen Nederlanders heeft hier last van. Bij rijangst raak je het overzicht in het verkeer kwijt, verliest de mentale controle over het voertuig en over zichzelf.

Rijangst is, net als andere angstvormen, in principe niet negatief. Angst heeft als functie dat je jezelf beschermt tegen naderend onheil. Zodra angst echter irreëel wordt en bovendien blokkerend gaat werken, waardoor je niet meer kan functioneren, ontstaat er een probleem.

Zodra je iets moeilijk ,eng, spannend of gevaarlijk vindt, is je zoogdier- reactie vlak voor je kijken. Hoe komt dit?Naar alle waarschijnlijkheid is dit een overblijfsel uit het verre verleden als aapachtige, waarbij wij de bomen in moesten vluchten als er een roofdier binnen een straal van 15 m van ons kwam. Zolang het roofdier buiten die cirkel bleef, waren we veilig genoeg. We zaten immers in no time in de boom. Verder weg scannen was dus niet noodzakelijk.

De moderne mens verplaatst zich echter met snelheden die niet bij ons behoren wat betreft onze evolutie. Als je jezelf op de autosnelweg begeeft, met een maximaal toegestane snelheid van 120 km/u, moet je zeker 500m vooruit kijken. Je moet immers minstens 60 m afstand (remafstand, invoegafstand, kijkafstand) houden en in de verte zien of er calamiteiten ontstaan. Scherpstellen op die afstand is echter onmogelijk. Dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld een roofvogel die zich van nature met veel hogere snelheden verplaatst dan een mens te voet en vanaf grote hoogte een minuscule prooi herkent, de afstand tot zijn prooi goed kan schatten en zijn aanvalssnelheid. exact kan doseren. Een mens kan dit niet. Toch zullen wij moeten proberen om, tegen onze natuur in, onze informatie van verder weg te halen.

Zodra een mens bang wordt in de auto en als gevolg daarvan dichtbij gaat kijken, krijgt hij de benodigde info om te kunnen handelen te laat en kan het beeld niet meer ordenen. De plotselinge info wordt chaotisch , de controle is weg en de angst slaat toe. Als de reflectie van deze ervaring in het geheugen blijft bestaan, ontstaat ook de ” angst voor de angst”. Als men moet gaan rijden, is men van te voren al bang om eventueel bang te worden. Zodra je de gedachte op jezelf loslaat” als ik maar niet bang wordt ( op die en die plek, tunnel, snelweg, naast vrachtauto’s)”, is het eigenlijk 100% zeker, dat je juist bang wordt.

Leave a Reply